Dag 1181 & 1182.
Lieve Jasmijn,
Papa en mama hebben met elkaar afgesproken dat zo lang we kunnen blijven werken, we dat zo veel mogelijk doen. Gelukkig geven onze werkgevers ons daar alle ruimte en mogelijkheden voor, en dus was ik vanochtend de deur al uit voordat jullie beneden waren. Mijn dag op school was gezellig druk en tot half vijf had ik genoeg te doen om me af te leiden, maar niet te veel om me stress te bezorgen. Een prima werkdag dus. Op de terugweg naar huis haalde ik jou bij Juul thuis op – daar was jij na schooltijd gaan spelen – en samen reden we naar huis, waar mama het eten al zo goed als klaar had. We aten pasta pesto, speelden nog lekker en stapten onder de douche, voordat jij en Mila allebei in jullie eigen bed in slaap vielen.
Op dinsdag was het mama die ging werken, dus nadat we jullie samen naar school gebracht hadden, reed zij met de auto door naar Gorinchem. Mij gaf dat de tijd om verder te klussen in de schuur, waar ik steeds meer aan het afronden toekom. Het is leuk om te zien dat het einde van deze mega-klus steeds meer in zicht komt. Het weer is vandaag helaas wat minder, want hoewel de temperatuur nog lekker is, trekken er van tijd tot tijd enorme buien over. Natuurlijk is dat ook het geval wanneer ik jullie met de bakfiets van school ophaal, maar jou en Mila deert het niet; jullie zijn zo vreselijk vrolijk en zingen de hele weg naar huis. Daar komen Daan en Niene al snel naar beneden rijden en daarmee spelen jullie, totdat Mila naar atletiek moet. Terwijl tante Paulien jullie daarheen brengt en mama jullie even later weer mee naar huis neemt, ruim ik het huis op en maak ik het eten klaar. Omdat morgen jouw nieuwe behandeling begint, organiseren we voor het slapen gaan op het bed van papa en mama nog een lekkere stoeironde, maar we liggen er bijtijds in allemaal. Morgen weer vroeg op namelijk, voor de 3ekuur.
Lieve Jasmijn, we hebben een prima dagje achter de rug, zou je zeggen, toch? Niks bijzonders gebeurd, toch? Helaas is dat niet waar. Papa heeft echt een hele nare dag achter de rug, die veroorzaakt is door deze klotesituatie. Het was zo’n dag waarop iets kleins gebeurde, wat ik gewoon niet van me af kon zetten en wat mijn hele dag verpest heeft. De aanleiding verdiende misschien ook niet de schoonheidsprijs, maar op elk ander moment had ik dat prima van me af kunnen zetten. Vandaag dus niet. Wat er gebeurde? Het begon met het idee dat ik, ook al had ik vandaag een redelijk strakke planning in de schuur, voorstelde om jullie samen met mama naar school te brengen en haar daarna naar haar werk in Gorinchem te brengen. Gewoon, gezellig, samen even in de auto, en dan hoeft mama niet met de trein op en neer. Omdat we er in de auto echter achter komen dat Mila haar microscoop is vergeten – en dat is belangrijk want het is vandaag kleine beestjes dag – draaien we op de rotonde een rondje en halen we nog snel de microscoop op. Omdat we hierdoor een paar minuten later zijn, zet ik jullie voor de school uit de auto en parkeer langs de straat – in plaats van op een paar minuten wandelen, waar we normaal parkeren – waar ik in de auto blijf zitten en op mama wacht. Ik wil niet elke minuut hier bijhouden, maar ik weet nog dat ik op de klok keek en zag dat het 8.42 was en dat jullie dus nog precies op tijd in de klas zouden zitten. Ik had mama daarom rond kwart voor negen of misschien een paar minuutjes later terug in de auto verwacht, maar dat gebeurde niet. Om 8:50 is ze er nog steeds niet en om 8:55 ook nog niet. Ik stuur haar daarom een berichtje of ze misschien wil opschieten, want we hadden niet echt haast natuurlijk, maar toch had ik een soort van planning in mijn hoofd waarbij ik nog wat nuttige dingen in de schuur kan doen. Bovendien is het allesbehalve gezellig; in mijn eentje in een koude auto zitten. Mama reageert helaas niet op het berichtje en ik zie de klok op 9:00 springen. En dan op 9:05. Ik word met de minuut bozer, maar ik merk tot mijn eigen verbazing dat ik er ook emotioneel en zelfs verdrietig van word. Van de situatie zelf, maar ook van de constatering dat dit me kennelijk zo veel doet en dat ik er zo onrustig van word. Ik stuur mama een nieuw berichtje waarin ik zet dat ik over 3 minuten weg ga rijden, met of zonder haar, maar ook hier reageert ze niet op. Natuurlijk rij ik niet weg, maar ik merk dat ik wegzink in een negatieve spiraal die steeds sneller daalt. 9:10 zit er nog niemand in de auto en zelfs om 9:15 nog niet. In mijn hoofd is mama op dat moment echt een schurk. Hoe kan het zo zijn dat je zomaar een half uur met iemand blijft praten, terwijl ik op je aan het wachten ben in de auto, nota bene om jou zo gezellig en snel mogelijk naar je werk te brengen? Ik voel me een soort chauffeur of bediende, die maar moet komen opdraven als mevrouw er behoefte aan heeft. Of… bedenk ik me een paar keer, terwijl ik aan het wachten ben, zou er iets ernstigs gebeurd zijn? Ik concludeer dat dat onwaarschijnlijk is en ik besluit ook om haar niet te gaan halen, omdat dat dan weer een scene veroorzaakt op het schoolplein met waarschijnlijk een bevriende moeder ofzo. Dus wacht ik, tot mama om 9:18 aan komt joggen; alsof die 10 seconden rennen vanaf het schoolplein het verschil nog gaan maken. Mama zegt meteen sorry, maar voor mij is het leed al geleden. Ik start de auto en rij zwijgend terug naar de rotonde, waar ik in plaats van naar Gorinchem, terug naar de Diefdijk stuur. Mama is verbaasd dat ik er zo op reageer – en ik ergens diep van binnen ook nog steeds – maar ik kan er niks aan doen. Ik rij terug naar huis, waar ik de auto parkeer en boos naar binnen loop. Mama vraagt nog of we het er kort over kunnen hebben en dat doen we, maar het verandert niks aan de situatie. Mama rijdt nu zelf maar met de auto naar het werk en ik ga werken in de schuur; voor de situatie van vanmiddag – Mila naar atletiek brengen – zoeken we later vandaag wel een nieuwe oplossing. Voordat mama wegrijdt, geven we elkaar op de oprit nog een knuffel; een knuffel die zoveel lagen en betekenissen heeft. Ik geniet er intens van om mama vast te houden, maar ik ben zó boos op haar. Of naja, niet eens op haar, maar op de situatie. We huilen allebei omdat we weten dat we elkaar lief vinden, maar op dit exacte moment even niets aan elkaar hebben. De onrust moet er even uit, vooral bij mij kennelijk. De rest van de dag komt er weinig uit mijn handen. Ik voel me agressief en lamlendig tegelijk en heb gewoon een prutsmiddag. ’s Avonds praten mama en ik er nog wel kort over, maar ik merk dat mijn reactie, die natuurlijk niet in verhouding stond tot wat er nou precies gebeurd is, bij mama ook weer een gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid – en misschien ook wel een vorm van schuldgevoel – veroorzaakt, waardoor we niet tot elkaar komen. We gaan, en dat is in het geval van mama en mij écht een teken dat er iets niet goed zit, los van elkaar naar bed en spreken weinig meer met elkaar. Als ik in bed lig later die avond, voel ik me vooral verdrietig. Verdrietig met hoe mijn dag verlopen is en hoe slecht ik me gevoeld heb; verdrietig dat ik kennelijk niet de mentale capaciteit heb om zoiets kleins een plekje te geven of te negeren; maar ook verdrietig dat mijn maatje zich niet fijn voelt en dat ik haar niet kan en wil troosten. Mama voelt zich niet veel beter, merk ik. Zoveel heeft zij nu ook weer niet fout gedaan; integendeel, zij heeft nog even met juf Renee gesproken over hoe het met jou gaat, wat de planning is de komende weken en wat wij van school kunnen verwachten en andersom. Het was een nuttig gesprek op misschien wat ongelukkig moment, en daardoor kon ik de manier waarop het liep gewoon even niet handelen. Zo zie je maar weer Jasmijn – en dat vergeet ik soms ook: we zitten gewoon in een ongelooflijke klotesituatie. Maar morgen, daar ken ik mama en mezelf inmiddels goed genoeg voor, zal alles weer goed zijn.
Ik hou van je, en ondanks alles ook heel veel van mama.
Papa