top of page

Dag 1128.

Lieve Jasmijn,

 

Opstaan uit bed is nog nooit zo moeilijk geweest als vandaag. Los van het feit dat ik vannacht wel tien keer in paniek wakker geworden ben en elke keer weer lastig in slaap kwam, had mama veel last van benauwdheid en ze moest vaak hoesten, wat ook zorgde voor onrust. Toch was mijn fysieke moeheid niet de reden dat ik vanochtend niet uit bed wilde. Vanochtend begon definitief de “rest van jouw leven”. Ik kan niet anders denken dan dat vanaf vandaag álles anders is. Dat mijn slogan “nog eentje en dan de laatste” vanaf nu niet meer geldt. Dit is het laatste deel. Het begin van het einde.

 

Hoewel die wetenschap elke seconde van de dag als een betonblok op mijn schouders drukt, kan ik niet anders dan het negeren. Jij bent, voor zover je dat de afgelopen jaren niet geweest bent overigens, prioriteit nummer één. Voor jou doe ik alles, en dus halen we ondanks alles, álles uit de dag.

 

Dat opstaan uit bed werd door jou persoonlijk trouwens wel wat makkelijker gemaakt. Omdat papa en mama de komende dagen niet gaan werken, staat onze wekker niet meer zo vroeg en dus liggen wij nog in bed op het moment dat jouw van kleur veranderende wolkwekker op 7:00 springt. En ja hoor, meteen horen we jou je hoge stapelbed uit springen – het stapelbed waar je in het vorige dagboek nog onderin lag – en als een klein olifantje naar onze slaapkamer stampen. Krakend gaat de deur open en je komt, knuffelkont die je bent, bij ons liggen. Je bent zó lief, zó leuk, zó zacht en zó gezellig aan het kletsen als je bij ons in bed ligt. Het maakt het iets makkelijker om de gedachten waar ik de hele nacht wakker van heb gelegen, te negeren.

 

Tijdens het ontbijt bouwen jij en Mila allebei aan jullie pretpark in Roller Coaster Tycoon, iets wat we normaalgesproken nooit goed vinden, maar mama en ik merken dat we een soort van wanhopig op zoek zijn naar een “nieuwe, tijdelijke balans” tussen onze oude en nieuwe regels. Eerder dan normaal stappen we in de auto naar school, omdat we vandaag de juffen op school gaan inlichten. Het toeval wil dat jullie lieve juf Renee, die vlak na jouw bloemenkraal van school vertrokken is, sinds vorige maand weer terug is op de Hobbitstee. Voor mama en mij voelt dit heel fijn en vertrouwd, want de manier waarop juf Renee de vorige keer met jouw ziekte omgegaan is en jou en vooral Mila opgevangen heeft, heeft ons destijds veel rust gebracht.

De juffen zijn heel verdrietig en snappen het ook niet zo goed, omdat jij vanochtend als een kleine, energieke puber de school in kwam rennen. Het is allemaal zo moeilijk voor te stellen dat je alweer en vooral zó ziek bent. Nadat we een half uurtje met de juffen gesproken hebben, praten we de klas van Mila bij. Veel van de kinderen uit de klas van Mila, zaten toen jij voor het eerst ziek werd ook bij jou in groep 1/2 en zij kennen jou dus al met je kale koppie. We praten ze bij over de situatie en vertellen dat Mila hierdoor misschien wat verdrietig kan zijn, of juist prikkelbaar. De klas reageert er goed op, dat is fijn. Van juf Marije krijgt Mila een lief knuffelbeertje, die zij mee mag nemen in de klas en mag knuffelen als ze zicht onrustig voelt. Een klein gebaar, maar met veel symbolische waarde en we merken al vanaf de eerste minuut dat dit voor Mila heel waardevol is.

 

De rest van de dag ben ik alleen thuis. Mama is wat dingen op haar werk gaan afronden, waardoor ik alleen was. En dat, lief Jasmijntje, is beklemmend. Ik wilde wat puntjes afronden in de schuur, maar merkte dat er weinig uit mijn handen kwam. Rond het middaguur besluit ik te gaan hardlopen, maar ik kom mezelf enorm tegen. De slechte nacht eist zijn tol en ik ben blij dat ik na 10 kilometer thuiskom zonder gewandeld te hebben. Vlak na het hardlopen komt niet alleen mama thuis, maar ook opa Ed en oma Jeanne rijden de oprit op. We praten fijn en drinken koffie en opa haalt jou en Mila van school. Dat vindt opa leuk en voor mama en mij is het fijn, want vandaag zijn alle ouders van school ingelicht en mama en ik hadden weinig zin in alle goedbedoelde, maar toch energievretende aandacht op het schoolplein. 

 

De klas van Mila had hele lieve tekeningen voor Mila gemaakt, die zij zelf aan een slinger geregen heeft en op haar kamer heeft opgehangen. Als ze ernaar kijkt, is ze echt trots en ook dit biedt haar troost. Ik denk dat ze hierdoor het idee heeft, dat ze er niet alleen voor staat. Daar ben ik blij mee. Als opa en oma weer naar huis zijn, fietsen wij met z’n viertjes naar de speeltuin en spelen daar politie en boefje. Oh we hebben het zo fijn en het is zo’n lekker weer. Het lijkt misschien klein, maar voor mij is het weer even een onbezorgd geluksmomentje. Thuis aangekomen eten we zoals altijd aan de keukentafel, maar dit is minstens zo gezellig. Na het eten spelen we op de Switch, maar nu doen we Mario Kart. Het is hilarisch en jij, lieve Jasmijn, bent zo trots op jezelf wanneer je die ellendige King Boo voorblijft in het eindklassement. Ook al zijn we totaal geen gamers, wanneer het op spelcomputers aankomt bedoel ik dan, maar nu voelt het fijn om met z’n viertjes achter een scherm te zitten.

 

Bij het naar bed gaan, hebben jullie allebei nog het hoogste woord. Zoveel energie, ik raak er niet over uitgepraat. Het maakt dat mama en ik rustiger dan de dag ervoor op de bank neerploffen. De gewelddadige serie die we gisteren keken – Peaky Blinders – laten we even voor wat ie is en we beginnen aan een nieuwe, korte comedyserie. Het blijkt een schot in de roos en we gaan uiteindelijk redelijk ontspannen naar bed.

Lieve Jasmijn, wat is slapen toch fijn en wat is wakker zijn toch verschrikkelijk. Dat is wel vaker zo, maar vannacht was het van een ander niveau. Als ik sliep, sliep ik fijn, maar zodra ik wakker werd, voelde ik de paniek in mijn lijf verspreiden. Ik droomde ook veel, over van alles. Normaal ben ik eigenlijk wel blij als dromen voorbij zijn, want tot 24 uur geleden was het dagelijks leven duizend keer mooier dan de mooiste droom. Vannacht echter wenste ik na elke droom, dat dát de werkelijkheid was. Elke keer dat ik wakker werd, realiseerde ik mij dat juist de werkelijkheid een nachtmerrie is. Ik zou er alles voor doen om het leven te verruilen voor welke droom dan ook. Werkelijk alles is beter dan de situatie waar we nu in beland zijn. Het was fijn om, terwijl ik rond een uurtje of 2:00 lag te piekeren, een berichtje te krijgen van tante Astrid. Ook zij kon niet slapen en het was op een gekke manier rustgevend om te merken dat ik me niet alleen zo slecht voelde.  We zitten samen in dit schuitje en hoewel iedereen er op zijn of haar eigen manier mee omgaat, gaan we het, net als de vorige keer, weer samendoen. Met de hulp van onze lieve vrienden en familie, maar vooral met ons fijne gezin. Want Jasmijn, ook jouw grote zus is onrustig. Gisteren kon ze niet slapen van de onrust, maar vandaag was ze in een goede bui. De steun van haar klasgenoten heeft haar goed gedaan en toen jullie ’s middags thuis aan het kleuren waren, maakte ze een tekening voor jou. Mama en ik waren er niet eens bij, we zagen hem pas toen hij af was. Dit komt dus volledig uit het hoofd en uit de hand van Mila. Voor het eerst in dit dagboek ga ik een tekening toevoegen, want wat Mila hier getekend heeft, zegt zoveel over hoe zij er mee bezig is, maar ook over hoe (alweer) verschrikkelijk moeilijk deze situatie te begrijpen, laat staan te accepteren is. 

 

Ik hou van je, leukste meisje ter wereld.

Papa

© 2014- 2026 Marc Lommert
 

bottom of page