Dag 1158 & 1159.
Lieve Jasmijn,
Gisterenavond, vlak voordat ik naar bed ging, maar al nadat ik in dit dagboek geschreven had, schrokken mama en ik ons een hoedje: er reed een ambulance de dijk af en stopte bij ons voor de deur. Het was – natuurlijk – niet voor ons, maar voor de buurman. Hij voelde zich niet lekker, maar gelukkig ging het snel alweer beter. Toch was het schrikken; en op een gekke manier weer confronterend, om de ambulance die we zo goed van binnen kennen, weer van zo dichtbij te zien.
De nacht verliep verder zonder zorgen en de volgende ochtend vertrokken we al vroeg naar tante Astrid in de Bilt, om haar 40e verjaardag te vieren. Naja, het echte feest was afgelopen december al, maar omdat ze afgelopen woensdag daadwerkelijk jarig was, wilde ze toch nog een taartje eten. Het was heerlijk weer en in het zonnetje aten we, samen met opa Ed en oma Jeanne, een taartje, terwijl jij, Mila, Mette en Cato met van alles speelden. Na de heerlijke lunch in de tuin, stapten wij met z’n viertjes op de fiets, want in het centrum van Utrecht hebben we de Iris van onze ogen laten fotograferen, om daar een soort van kunstwerk van te laten maken. Op de terugweg haalden we nog een hamburger en een ijsje en eenmaal terug bij tante Astrid stonden er chips en limonade klaar. We bleven zelfs eten, want alles was zo lekker en ontspannen daar in het zonnetje, dat niemand haast had om naar huis te gaan.
De zondagochtend is bij ons thuis eigenlijk elk weekend wel een heerlijk rustige ochtend, maar deze zondag was wel de overtreffende trap; voor mama in ieder geval. Vandaag was het namelijk Moederdag! Nadat jij om 7:00 héél stil onze kamer opkwam en mij geruisloos gebaarde om met je mee naar beneden te komen, zijn we met z’n drietjes stilletjes naar beneden gegaan. Na een uurtje buffelen stond er een heerlijk ontbijt klaar met warme worstenbroodjes, roerei, verse brownies en natuurlijk mooie tekeningen. Met ons hoofdcadeau, een ballonvlucht, was mama enorm blij, maar het heerlijke samenzijn met een vrolijke Jasmijn en Mila; dat was waar het vandaag om draaide. Wie weet hoe we er tijdens de Moederdag in 2027 bij zitten…
We besluiten de rest van de dag thuis te blijven. Iedereen is nog best wel moe en dat merken we vooral aan Mila. Ze heeft een paar uitbarstingen, die echt wel zijn te verklaren door de late avondjes die zij de afgelopen dagen heeft gehad, maar die toch een stempel op het moment drukken. Vooral zij beleeft daardoor een wat hangerige middag, maar op de bank naar luisterboekjes luisteren, doet op zulke momenten wonderen voor haar. Daarnaast halen we de Nintendo Gamecube van zolder en die sluiten we in schuur aan. We dansen op de dansmat, wat nog best wel moeilijk is en we spelen Mario Kart Double Dash. Terwijl papa het gras nog snel maait, genieten jullie drietjes op de schommels van het zonnetje en ik ren nog een rondje van 14 kilometer, waarna we sushi eten voor de televisie. Het is de perfecte afsluiting van een toch wel prima dag, die zo op papier vervelender klinkt dan dat het in werkelijkheid was. Niets doen is soms namelijk niet alleen fijn, maar ook echt nodig. Vandaag was het nodig, voor ons allemaal, en daar hebben we dan ook echt van genoten. Dat jullie alsnog vroeg naar bed gaan, dat is geen verrassing en nog voor half acht slapen jullie allebei.
Lieve Jasmijn, dat jouw zus vandaag misschien een wat mindere dag heeft, had geen enkele invloed op jou. Jij had vandaag – en gisteren trouwens ook – echt jouw allerbeste dagen sinds we terug zijn uit het ziekenhuis. Je was lief, je was vrolijk, je had energie, je was heerlijk aan het spelen met je nichtjes, je was helemaal in je element in de grote stad, je hebt genoten van de hamburgers en de sushi en je hebt de allerlekkerste knuffels gegeven op elk moment dat je daar even tijd voor had. Het is gewoon zó genieten met jou. En terwijl ik dit typ, vraag ik mezelf af hoeveel nut de ´ op die é eigenlijk heeft. Kijk, ik ben sowieso een fan van superlatieven – dat weet ik ook van de aanpassing in mijn fantasy-boeken, waar tijdens meerdere redactieronden wel 1.000 onnodige bijvoeglijke naamwoorden uit geschrapt zijn – maar deze “zó” is anders. Het is een soort wanhoopspoging om mijn gevoel uit te drukken; om te benadrukken dat het een andere categorie aanduidt dan iets dat gewoon fijn, leuk, mooi of belangrijk is. En recentelijk heb ik dat bij iemand anders – in een niet vergelijkbare, maar toch soortgelijke situatie – ook gezien. Die zó. Een zó waar de machteloosheid, de wanhoop en het verdriet van afknallen. Ik heb het over Jade Kops. Jij kent haar niet en ik eigenlijk ook niet. Jade is op de dag dat jij vorige week met Kiki in de snoezelkamer aan het spelen was, overleden aan kanker. Ze was pas 19 jaar oud en toch kon zij woorden geven aan wat zij voelde toen ze wist dat ze ging overlijden. De laatste tijd volgde ik haar verhaaltjes op internet en begreep als geen ander de zó in haar zinnen:
“Dit doet zó ontzettend veel pijn.”
“Alles is zó onzeker en spannend.”
“Ik zou zó graag willen dat…”
Ik snap zó goed waarom Jade die accent aigu op die zo typte en het klinkt misschien flauw, maar ik denk dat maar weinig mensen het snappen op de manier waarop het geschreven is. Het is een streepje dat je op het moment van typen wilt uitschreeuwen. Het is een manier om te vertellen hoe onbeschrijflijk graag je iets wilt of meent, terwijl je nooit op papier uit gaat kunnen drukken hoe graag precies. Als jij of je dochter of iemand van wie je meer houdt dan woorden kunnen beschrijven op het randje van de dood balanceert, dan wil of meen je iets op een ander niveau dan “gezonde” mensen. Je wilt of meent het op een niveau dat niet bereikbaar is voor mensen die niet in een vergelijkbare situatie zitten of hebben gezeten. Ik hoop dat je begrijpt dat ik niet uit de hoogte wil doen of zoiets Jasmijn, maar ik denk dat ik een klein beetje begrijp hóe graag Jade die dingen wilde, of hóeveel pijn iets deed. Ergens “alles voor over hebben” is een formulering die veel mensen bijna dagelijks gebruiken, maar er zijn maar weinig mensen voor wie het letterlijk geldt. Ergens álles voor over hebben. Jade zou er alles voor overgehad hebben om weer beter te worden, net zoals ik er alles voor zou overhebben om jou weer beter te maken. Letterlijk. Alles. Álles! Alleen ik weet dat ik niets kan doen, en precies die machteloosheid maakt dat ik hier, in dit dagboek, ook regelmatig het woordje zó schrijf. Ik hou zó veel van je, ik ben zó trots op je en ik vind het zó oneerlijk dat precies jij in deze situatie beland bent. Het zijn stuk voor stuk zó’s die ik niet kan uitleggen aan mensen die geen zieke dochter hebben gehad; het zijn zó’s die de meeste mensen niet begrijpen. Dat maakt ook eigenlijk niet zo veel uit, zolang jij het maar begrijpt. En dat je dat doet, dat zie ik elke dag in die prachtige bruine ogen van je.
Ik hou van je, zó veel.
Papa